Wat doen Zwolse politici tijdens het zomerreces? (3) ‘Spontane gesprekken leveren minstens zoveel op als een werkbezoek’

Foto: AI / 1Zwolle

Wat doen Zwolse politici tijdens het zomerreces? Liggen ze bij te komen aan het strand of bereiden ze zich alvast voor op het komende politieke jaar? In het derde en laatste deel van deze zomerrubriek vertellen Volt en Partij voor de Dieren hoe zij de zomermaanden doorbrengen.

Volt
Volgens fractievoorzitter Cankut Ercan is het zomerreces geen periode waarin de politiek helemaal stilvalt, “maar wel een moment om op een andere manier naar Zwolle te kijken.”

“Wanneer we door Zwolle wandelen, ergens een terrasje pakken of een nieuw restaurant of café uitproberen, raken we vaak in gesprek met ondernemers en inwoners”, legt Ercan uit. “Die spontane gesprekken leveren soms minstens zoveel op als een formeel werkbezoek. We horen wat goed gaat, waar mensen tegenaan lopen en welke ideeën zij hebben voor hun buurt of de stad.”

Naast spontane ontmoetingen doet Volt ook werkbezoeken tijdens het zomerreces. “Zo sprak een van onze fractieleden met horecaondernemers over onderwerpen als de Rode Hal en de nachtcultuur. Daarnaast zijn er werkbezoeken geweest, onder meer aan een start-up op het gebied van digitalisering.”

“Natuurlijk nemen ook wij vakantie”, vertelt Ercan. “Juist dan ontstaat de ruimte om tijd door te brengen met familie en vrienden, een goed boek te lezen en weer op te laden. Zelf maak ik deze weken bewust veel tijd vrij voor mijn gezin. We trekken er veel op uit, gaan samen fruitplukken, ontdekken nieuwe plekken in de stad en schuiven regelmatig aan bij Zwolse restaurants en cafés.”

Partij voor de Dieren
Fractievoorzitter Debbie Mathijsen spreekt van een periode de fractie geniet van de vakantie, ‘maar het raadswerk stopt natuurlijk niet in de zomer. Zo staan er ook werkbezoeken gepland.”

Naast werkbezoeken en vakanties worden ook voorbereidingen getroffen voor het nieuwe politieke jaar. “Ook gaan we ons in augustus weer voorbereiden op de periode na de zomer. We houden vanzelfsprekend contact met inwoners.”