Zwolse Jochem (15) heeft de oceaan als klaslokaal: ‘Ik ga het gewoon doen!’

Op je vijftiende van Sint-Maarten via Bermuda naar Nederland zeilen, met de oceaan als klaslokaal. Voor Jochem Hergaarden wordt het volgend jaar werkelijkheid. Op 11 april klimt hij aan boord van de 70 meter lange driemaster Gulden Leeuw. Daar stort de havo 4-leerling van het Greijdanus zich met andere leeftijdsgenoten 50 dagen in een leerzaam avontuur. En hij kijkt daar enorm naar uit.

Hoe komt een scholier op het idee om wekenlang zonder mobiel, familie en vrienden op een 70-meter lange driemaster uit 1937 te gaan zeilen?  “Via een uitwisseling van school konden we 3 weken naar India, Amerika of Zuid-Amerika bij een gastgezin verblijven en andersom. Maar wij hebben niet zo’n groot huis en toen vroegen mijn ouders of ik zo’n Masterskip eigenlijk niet veel leuker vond”, legt Jochem uit.

Masterskip is een onderwijsprogramma waarbij middelbare scholieren van 14 tot 18 jaar tijdens een meerweekse zeilreis hun schoollessen combineren met leren en werken aan boord. Daarbij staat zelfstandigheid centraal. Jochems vader Mark kende het programma al langer.

“Tien jaar geleden dacht ik al: wat zou het tof zijn om mee te gaan. Nu gaat Jochem eigenlijk mijn droom waarmaken.”

Beide heren benadrukken dat het overigens niet om een ‘snoepreisje’ gaat: er zal knetterhard gewerkt moeten worden.

Telefoon in kluis en alleen ‘Sail-mail
“Bij de open dag heb ik wel even getwijfeld”, bekent Jochem eerlijk. “De telefoon gaat aan boord gelijk de kluis in. Alleen na vijf weken en aan het einde van de reis mag je even bellen. De eerste dagen zullen dus wel lastig worden.”

Contact met zijn ouders gaat voornamelijk via de zogenoemde Sail-mail. Hij mag iedere week een A4’tje schrijven, dat via het kantoor in Harlingen naar zijn familie wordt gestuurd die hiervan een nieuwsbrief maken voor andere mensen.

Het programma is intensief. Zes dagen per week staan de scholieren om 07.00 uur op en krijgen ze dagelijks vier uur onderwijs. Ook tijdens de meivakantie gaan de lessen door. Daarnaast leren ze navigeren, koken voor de bemanning en draaien ze nachtwachten. ”Er waren wel wat mensen lichtelijk in ‘shock’ toen ik over mijn reis vertelde”, grijnst Jochem. “Vijftig dagen weg zonder familie of vrienden is niet niks.”  

Op 29 augustus ontmoet hij zijn medezeilers in Harlingen en krijgt hij verdere instructies voor het avontuur. Aan iedere reis kunnen maximaal 48 scholieren deelnemen.

Hoe zit het met zijn zeilervaring? “Mijn ouders hebben wel een bootje, maar echte zeilervaring heb ik niet. En de driemaster Gulden Leeuw is daar natuurlijk niet mee te vergelijken.”  Welke landen hij precies aandoet, weet hij nog niet. “Het is maar net hoe de wind waait waar we terechtkomen.”

De eerste uitdaging van de zeilreis was eigenlijk of de school wel zou instemmen. Jochem moest zelf toestemming vragen om aan het programma deel te nemen. “Het heft in eigen handen nemen is ook iets wat Masterskip stimuleert”, vertelt zijn vader. Gelukkig kreeg hij toestemming van school.

Zelf sponsors zoeken
Een deel van de reis moet Jochem zelf bij elkaar brengen. Het zeilavontuur kost, exclusief vliegticket, ongeveer 10.000 euro. Driekwart daarvan is inmiddels geregeld. Voor het resterende bedrag zoekt Jochem zelf sponsors en biedt hij sponsorpakketten aan.

Zo kunnen mensen voor 50 euro bijvoorbeeld lid worden van de zogenoemde ‘Club van 50’. Hun naam komt op een trui die Jochem tijdens de reis draagt. Ook krijgen deelnemers dagelijks een kleine uitdaging om mee te leven met het leven aan boord. “Bijvoorbeeld: douche ook eens maar twee minuten per dag of leg je telefoon eens weg”, vertelt Jochem.

Volgens vader Mark is ook dat onderdeel van het leerproces. “Het ondernemerschap om zelf sponsors te zoeken, is eigenlijk al een eerste leerpunt voordat hij überhaupt op de boot stapt.”

Barf- counter en mini-maatschappij
Aan boord krijgt Jochem te maken met allerlei nieuwe uitdagingen. Zo staat er volgens hem ook een zwemtocht in een 5 kilometer diepe oceaan op het programma. Onder de jongeren bestaat daarnaast de zogenoemde ‘barf -counter’, waarin wordt bijgehouden wie tijdens de reis het vaakst moet overgeven.

“Het schijnt dat de meesten na drie dagen hun zeeziekte en heimwee wel kwijt zijn”, vertelt Jochem lachend. “En elkaar samen door die zeeziekte heen helpen schept volgens mij al snel een band.”

Bang voor haaien, stormen of hoge golven is hij niet echt. “Onderweg zie je waarschijnlijk ook dolfijnen en er is een vishengel aan boord. Ik vind het leuk om hard te werken en dit is zeker leuker dan op school zitten.”

Na ongeveer vijf weken is het de bedoeling dat de leerlingen het schip grotendeels ‘overnemen’. Ze kunnen bijvoorbeeld aan de slag als kok, stuurman of zelfs captain.

“Het lijkt me supergaaf om captain te zijn en mensen aan te sturen.” Omdat de bemanning aan dek voornamelijk Engels spreekt, krijgt Jochem bovendien volop de gelegenheid om zijn Engels te oefenen.

Sterker terugkomen met levenservaring
Natuurlijk doet het vader Mark wel wat dat hij zijn zoon volgend jaar 50 dagen kwijt is. “Maar tijdens de open dag zag ik hoe professioneel alles wordt aangepakt en dat zorgt wel voor vertrouwen. Stel dat er wat gebeurt dan weet je dat er via de arts contact mogelijk is. “

“Ik heb nog even gedacht aan het schip dat in coronatijd terugkwam. Dat heeft het Jeugdjournaal nog gehaald”, herinnert Jochem zich. “Iedereen aan boord wist niet dat er ondertussen de anderhalvemeterregel was ingevoerd. Dat was wel een gek besef”. Ook tijdens zijn eigen reis zal de avonturier grotendeels afgesloten zijn van het nieuws.

Na vijftig dagen eindigt de reis op Terschelling. Daar wordt het schip schoongemaakt en vindt een afsluitend captainsdiner plaats. Daarna varen de leerlingen terug naar Harlingen, waar familie en vrienden hen opwachten. Het eerste wat Jochem dan gaat doen is zijn ouders, opa en oma knuffelen en erna waarschijnlijk een dag bijslapen. “En ik verheug me ook erg op de tijd erna, dat ik iedereen kan vertellen hoe ik het daar heb gehad.”

 Of er dan een hele andere Jochem van boord stapt? “Ik hoop dat ik dan nog meer zelfvertrouwen heb, sterker ben en meer volwassen. En dat ik levenservaring heb opgedaan en mezelf ben tegengekomen. “
Jochem zal tijdens zijn reis ook echt in stormen terecht kunnen komen en daar dus omheen moeten  varen. “Dan heb je een zwaar zeilpak nodig en dat maakt het wel superstoer.”

Bij storm en woeste golven kan het best zijn dat je dan in het zeil aan de zijkant van je bed terechtkomt.  “Daar heb ik zeker wel over nagedacht, maar alles komt goed!”, roept Jochem enthousiast. Dolfijnen spotten, vissen aan boord of aan het roer staan van een boot van 70 meter lang. Dat zijn de dingen waar hij zich het meest op verheugt. “En toch ook in die 40-meter hoge mast klimmen. “Want hoe spannend ik dat ook vind, ik heb er vooral veel zin in. Ik ga het gewoon doen!”

Wie Jochem wil steunen of meer informatie wil kan een kijkje nemen op www.hergaarden.net

Gerelateerde Berichten

(Automatisch gegenereerd)