Een vrouw loopt langs een donker stuk Aan de Stadsmuur in Zwolle, versnelt haar pas en deelt ondertussen haar live-locatie met een goede vriendin. Een andere vrouw zet haar muziek uit zodra ze alleen naar huis fietst door Holtenbroek. Voor veel vrouwen is dit een dagelijkse realiteit. Ondertussen staat vrouwenveiligheid, sinds de moord op de 17-jarige Lisa in Abcoude, ook steeds hoger op de politieke agenda in Zwolle. In januari 2026 nam de gemeenteraad de motie ‘Veiligheid is meer dan licht – vrouwvriendelijke inrichting van de Singel’ aan. Maar hoe veilig vrouwen zich eigenlijk in Zwolle en leiden de politieke plannen ook daadwerkelijk tot verandering?
Zwolle besteedt steeds meer aandacht aan vrouwenveiligheid, een onderwerp dat niet meer weg te denken is uit het maatschappelijk debat. De motie ‘Veiligheid is meer dan licht – vrouwvriendelijke inrichting van de Singel’ kwam niet zomaar uit de lucht vallen. In september 2025 nam de gemeenteraad al de motie ‘De straat is ook van ons’ aan, waarin het college werd gevraagd te onderzoeken waar vrouwen en meisjes zich onveilig voelen. Enkele maanden later volgde de motie ‘Veiligheid is meer dan licht – vrouwvriendelijke inrichting van de Singel’. Daarmee wil de gemeenteraad dat het perspectief van vrouwen structureel wordt meegenomen bij toekomstige keuzes in de openbare ruimte. Hoewel de moties zijn aangenomen, bevinden veel plannen zich volgens betrokken politici nog in de beginfase.
Vrouwen passen massaal hun gedrag aan
Maar hoe noodzakelijk is het om vrouwen in de toekomst nadrukkelijker te betrekken bij de inrichting van de openbare ruimte? Een eigen enquête onder 125 vrouwen in Zwolle laat zien dat veel vrouwen hun gedrag aanpassen wanneer zij alleen over straat gaan. Meer dan twee derde van de respondenten herkent zich in deze stelling. Sommige vrouwen mijden bepaalde routes, anderen delen standaard hun live-locatie of houden sleutels tussen hun vingers.
Vooral zodra het donker wordt neemt dat gevoel toe. Zo geeft 64 procent aan zich ’s avonds het meest onveilig te voelen in de openbare ruimte. ’s Nachts loopt dat percentage op naar 75 procent. Het station van Zwolle, Holtenbroek en het Park de Wezenlanden werden door respondenten het vaakst genoemd als plekken waar zij zich onveilig voelen. Ook donkere steegjes en tunnels komen regelmatig terug in de antwoorden.
De resultaten uit de eigen enquête sluiten deels aan bij eerder onderzoek van de gemeente Zwolle. Uit het Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2024 blijkt dat 27 procent van de Zwollenaren zich weleens onveilig voelt. Het onderzoek is overigens uitgevoerd door een brede groep inwoners van Zwolle (8.109) van verschillende leeftijden en genders, terwijl de eigen enquête uitsluitend door vrouwen is ingevuld. Toch laten beide onderzoeken zien dat onveiligheidsgevoelens binnen Zwolle aanwezig zijn. Bovendien blijkt uit het gemeentelijke onderzoek dat vrouwen (28 procent) zich vaker onveilig voelen dan mannen (15 procent) en dat vooral jongere inwoners relatief vaak onveiligheidsgevoelens ervaren.
Sociale controle
De vraag is vervolgens hoe steden kunnen inspelen op deze onveiligheidsgevoelens. Volgens landschapsarchitect Hanneke Beijleveld van buro MA.AN en lid van de feministische actiegroep Dolle Mina’s wordt de openbare ruimte nog vaak ontworpen vanuit een mannelijke blik. “Openbare ruimtes worden heel anders gebruikt door mannen en vrouwen, want de stad is ingericht op mannen, dus denk aan snel naar je werk gaan.” Ze noemt als voorbeeld bushokjes die volgens haar soms op “stomme” plekken staan, ver weg van sociale controle of voorzieningen zoals kinderdagverblijven of cafés. Het Katwolderplein in Zwolle is daar volgens haar een goed voorbeeld van.
Ook stedenbouwkundige Herman Reezigt ziet dat sociale controle al jarenlang onderdeel is van stedelijk ontwerp. Hij verwijst naar het principe van eyes on the street: plekken waar sociale controle ontstaat doordat mensen elkaar kunnen zien. “Ontwerpers zijn opgeleid vanuit deze theorie,” zegt Reezigt. “Maar door recente gebeurtenissen is er meer aandacht gekomen voor hoe vrouwen de openbare ruimte ervaren.”
Politieke aandacht groeit
De voorheen besproken aangenomen moties vormen volgens verschillende partijen slechts een eerste stap. Volgens Asia Golunska van Swollwacht, die in april 2026 met acht zetels de grootste fractie in de gemeenteraad werd, staat vrouwenveiligheid inmiddels nadrukkelijker op de politieke agenda dan enkele jaren geleden. Toch verliep dat proces niet vanzelf. “Swollwacht had al vóór de zomer van 2025 een motie ingediend over vrouwenveiligheid in de openbare ruimte, maar deze kreeg geen meerderheid.” Volgens haar veranderde dat na de moord op Lisa, waarna het onderwerp meer politieke aandacht kreeg.
Hoewel de gemeenteraad inmiddels meerdere voorstellen rondom vrouwenveiligheid heeft aangenomen, lijken veel plannen zich nog in de uitwerkingsfase te bevinden. De gemeente onderzoekt waar vrouwen en meisjes zich onveilig voelen en hoe deze inzichten kunnen worden meegenomen bij toekomstige gebiedsontwikkelingen en de inrichting van de openbare ruimte.
Tegelijkertijd blijft de vraag hoe deze plannen er in de praktijk uit gaan zien. Volgens Golunska bevindt Zwolle zich nog aan het begin van dit proces, waar de gemeente nog zoekende is naar concrete oplossingen. “We zitten denk ik nog in de startfase waarin vrouwenveiligheid standaard wordt meegenomen in hoe we naar de openbare ruimte kijken.”
Ook andere partijen zeggen het onderwerp meer prioriteit te geven. Zo organiseerde PRO Zwolle, voorheen bekend als Groenlinks/PvdA met acht zetels, een rondetafelgesprek over feminisering en femicidepreventie en pleitte de partij voor een betere aanpak van straatintimidatie.
Zwolle staat niet op zichzelf
De eerder beschreven ervaringen die Zwolse vrouwen in de enquête deelden, staan niet op zichzelf. Uit landelijk onderzoek van The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) blijkt dat vooral jonge vrouwen zich regelmatig onveilig voelen in de openbare ruimte. Zo geeft 86 procent van de vrouwen tussen de 18 en 34 jaar aan zich soms tot vaak onveilig te voelen. Ook seksuele intimidatie blijkt een terugkerend probleem: volgens hetzelfde onderzoek krijgt 40 procent van de vrouwen soms tot vaak te maken met seksistische opmerkingen.
Dat soort ervaringen lijken bovendien vaker voor te komen in stedelijke gebieden. Uit cijfers van het CBS 2025 blijkt dat 44 procent van de vrouwen weleens omloopt of rijdt vanwege veiligheidsoverwegingen. In niet-stedelijke gebieden ligt dat percentage op 21 procent.
“Geen enkele hoeveelheid verlichting zal het patriarchaat opheffen”
Volgens Eva Kwakman, wetenschappelijk onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, gaat vrouwenveiligheid uiteindelijk verder dan alleen de fysieke inrichting van een stad. “Je kunt een straat veiliger proberen te maken met verlichting of ontwerp, maar zolang de diepere maatschappelijke oorzaken blijven bestaan, ga je het probleem nooit volledig oplossen.”
Daarmee verwijst ze naar genderongelijkheid: het principe waarbij mannen en vrouwen niet dezelfde maatschappelijke positie, vrijheid of veiligheid ervaren. Zo citeert ze sociaal geograaf Leslie Kern: “Geen enkele hoeveelheid verlichting zal het patriarchaat opheffen.”
Volgens Kwakman worden gevoelens van onveiligheid vaak te geïsoleerd besproken. Ze waarschuwt daarnaast voor eenzijdige conclusies binnen het publieke debat. “Dat geweld meer wordt gepleegd door mannen met een migratieachtergrond klopt absoluut niet en dat wordt steeds opnieuw bewezen in statistieken: genderongelijkheid en geweld is iets van alle maatschappijen en culturen.”
Meer perspectieven aan de ontwerptafel
Beijleveld vindt dat er binnen ontwerp- en architectuurbureaus meer aandacht mag ontstaan voor representatie en inclusie. “Als ontwerpbureaus ben je soms heel wit en dan heb je veel blinde vlekken die je niet gaat oplossen.” Volgens haar helpt het daarom om specifieke groepen actief te betrekken bij het ontwerpen van de openbare ruimte, ook in participatie bij het ontwerpen van publieke ruimtes. “Soms is het goed om doelbewust juist een doelgroep even apart te spreken.”
Vrouwenveiligheid kent meerdere kanten
De discussie rondom vrouwenveiligheid blijkt complexer dan alleen de vraag of een plek goed verlicht is of niet, ondanks het feit dat Zwolle door veel inwoners als een relatief veilige stad wordt gezien.
Volgens deskundigen spelen meerdere factoren tegelijkertijd een rol: van de inrichting van openbare ruimte en sociale controle tot bredere maatschappelijke thema’s zoals genderongelijkheid, representatie en gedrag. Waar stedenbouwkundigen wijzen op eyes on the street, benadrukken onderzoekers als Eva Kwakman dat fysieke aanpassingen alleen het probleem niet volledig oplossen.
De vraag lijkt daardoor niet alleen hoe veilig een stad daadwerkelijk is, maar ook hoe een stad zo ingericht kan worden dat meer vrouwen zich veilig en vrij voelen in de openbare ruimte. Volgens deskundigen ligt de oplossing daarbij niet op één plek: zowel de inrichting van de stad als genderongelijkheid spelen daarin een rol.



