Welke verborgen geschiedenis schuilt er achter die opvallende straatnamen, gevels en plekken van Zwolle? Omdat straatstenen niet kunnen praten, ging de redactie van 1Zwolle zelf op onderzoek uit.
Ooit van levensbelang. Nu een historisch pronkstuk uit het straatmeubilair van onze binnenstad. Deze keer staat de waterpomp uit de Sassenstraat in de spotlights.
Misschien is het je nooit zo opgevallen. Maar tegen de muur bij het Refter, staat een sierlijke stenen pomp. Toch klopt er iets niet aan deze pomp: hij staat namelijk niet op zijn oorspronkelijke plek. Ooit stond hij in de Kamperstraat, waar hij in 1770 zelfs aanleiding gaf tot een conflict over afval. Hoe kwam deze achttiende-eeuwse pomp uiteindelijk in de Sassenstraat terecht? En wat kunnen we nog achterhalen over zijn reis door Zwolle?
De pomp dateert uit het midden van de achttiende eeuw. In een Zwolse stadswandeling wordt het jaartal 1759 genoemd. De gemeente Zwolle houdt het op een datering kort na het midden van de achttiende eeuw. Tegenwoordig is de pomp een rijksmonument. Maar ooit was de pomp geen decorstuk maar gewoon erg nodig. Want schoon water kwam in het achttiende-eeuwse Zwolle niet zomaar uit de kraan. Die bestond immers nog niet.
Houten pompen
De pomp in de Sassenstraat is onderdeel van een veel groter verhaal. Water was eeuwenlang een dagelijks probleem voor de inwoners van Zwolle. Wie geen eigen waterput of regenwater tot zijn beschikking had, was aangewezen op openbare waterpunten. Maar naarmate de stad groeide en het water steeds sterker vervuild raakte, werd de behoefte aan betere drinkwatervoorzieningen groter.
De eerste bekende aanwijzingen voor het gebruik van pompen in Zwolle dateren al uit 1639. In de stadsrekening van januari van dat jaar worden betalingen aan pompenmakers vermeld. Het ging toen om houten pompen, zo meldt de Zwolse historische vereniging op haar site. Voor het uitvoeren van onderhoud en het innen van pompgeld werden pompmeesters aangesteld. Een pomp voorzag naar schatting tussen de 25 en 100 woningen van water. De pompmeesters waren verenigd in het St. Maartengilde, net als leidekkers, metselaars, steenhouwers en molenaars.
De pomp werd een vertrouwd onderdeel van het Zwolse straatbeeld. Er waren openbare pompen waar bewoners hun emmers konden vullen en hun dagelijks water haalden. In de loop van de zeventiende eeuw werden ook bestaande waterputten van pompen voorzien.
Rond het midden van de achttiende eeuw veranderde het karakter van die voorzieningen. Hout maakte plaats voor natuursteen en de pompen werden steeds rijker vormgegeven. De waterpomp werd daarmee niet alleen een praktisch gebruiksvoorwerp, maar soms ook een opvallend onderdeel van het stadsbeeld.
De pomp die nu in de Sassenstraat staat, behoort tot die generatie. Hij is gemaakt van Belgische hardsteen en uitgevoerd in de sierlijke rococostijl, de Lodewijk XV-stijl die in de achttiende eeuw in de mode was. De gemeente Zwolle dateert hem als een pomp die kort na het midden van de achttiende eeuw is geplaatst.
Afvalproblemen in 1770
Oorspronkelijk stond de pomp niet in de Sassenstraat, maar in de Kamperstraat. En daar zorgde hij in 1770 al voor iets wat nu ook nog actueel is: geruzie over afval.
De bewoner van het huis waaraan de pomp stond, had namelijk genoeg van het vuilnis dat dagelijks rond de pomp werd gestort. Een openbare pomp betekende immers niet alleen schoon water halen. Het was ook een plek waar mensen samenkwamen, waar emmers werden gevuld en waar afval zich blijkbaar ophoopte.
De bewoner vroeg daarom toestemming om een ijzeren hek rond zijn stoep te plaatsen. Maar hij ging nog een stap verder. Op zijn eigen kosten liet hij de zwengels van de pomp naar de voorkant verplaatsen.
Dat merkwaardige detail is nog altijd zichtbaar. Wie nu naar de pomp in de Sassenstraat kijkt, ziet dus een constructie die teruggaat op een ergernis van een Zwollenaar uit 1770.
Paarden weigerden water te drinken
Hoe belangrijk de pompen waren, blijkt uit een rapport uit 1877. Zwolle telde toen maar liefst 31 openbare drinkwaterpompen en 37 semi-openbare pompen. Samen vormden zij een uitgebreid netwerk waar de Zwollenaren voor hun dagelijkse watervoorziening van afhankelijk waren.
Maar dat water was lang niet overal van goede kwaliteit. Na de cholera-epidemieën van de negentiende eeuw groeide de aandacht voor schoon drinkwater. Volgens een terugblik in het Zwols Historisch Tijdschrift bleek bij controle in 1875 dat het water van een van de stadspompen zo slecht was dat zelfs paarden van een nabijgelegen stalhouderij weigerden ervan te drinken. In 1884 werd in de gemeenteraad opnieuw geklaagd over de slechte kwaliteit van het water uit sommige pompen en putten. De tijd van de stadspomp liep daarmee langzaam ten einde.
Gemeentelijke waterleiding
In 1892 kreeg Zwolle een gemeentelijke waterleiding. Op 29 december van dat jaar werd die feestelijk geopend. Vanaf dat moment hoefden steeds meer Zwollenaren niet meer met een emmer naar een pomp op straat. Het water kwam voortaan via leidingen naar de huizen. Daarmee verloor de stadspomp zijn belangrijkste functie.
Het ging vervolgens snel. Rond 1909 waren de meeste pompen verdwenen of buiten werking gesteld. Sommige werden aan het museum geschonken. Andere bleven nog enige tijd op straat staan. De pompen op de Luttekestraat, Blijmarkt en Kamperstraat behoorden tot de exemplaren die langer bleven staan. De pomp in de Luttekestraat sneuvelt in de oorlogsjaren door een Duitse tank, zo schrijft de Zwolse Historische Vereniging op haar website.
Een historische foto uit 1905 toont een pomp in de Kamperstraat. Of het om dezelfde pomp gaat die nu in de Sassenstraat staat, is op basis van deze foto alleen niet met zekerheid vast te stellen. Wanneer de pomp naar de Sassenstraat is verplaatst, is nog niet ontrafeld.
Van gebruiksvoorwerp naar rijksmonument
Sinds 13 februari 1967 is de historische stadspomp in de Sassenstraat een rijksmonument. Net als de twee andere historische stadspompen van Zwolle, op de Grote Markt en de Blijmarkt.
In 2014 werd de pomp, samen met andere Zwolse stadspompen, gerestaureerd. Het natuursteen bleek er zo slecht aan toe dat het monument naar Winterswijk werd gebracht, waar hij door een gespecialiseerd steenhouwer werd hersteld.
Tegenwoordig heeft de pomp al lang geen praktische functie meer. Niemand komt er nog met een emmer water halen. Maar hij herinnert aan een tijd waarin water halen een dagelijkse bezigheid was. En waar ook al gekibbeld werd over afval.



