Op 24 februari werd in Zwolle de Russische invasie in Oekraïne herdacht. Met tentoonstellingen, een stille tocht, en toespraken van onder andere wethouder Arjan Spaans en ambassadeur van Oekraïne Anatolii Solovei stond Zwolle stil bij deze zwarte dag. Vier jaar na de inval leeft de oorlog nog altijd voort, bij iedereen.
Een paar honderd mensen verzamelden zich om 17:15 bij de Stadkamer. Met brandende kaarsjes, Oekraïense vlaggen en vooral pure stilte liepen mensen gezamenlijk richting het Grote Kerkplein. Een man in rolstoel, kleine kinderen, Nederlanders die meeliepen uit solidariteit, maar allemaal met dezelfde boodschap: ‘slava Ukraini’.
Aljona Wertheim is een van de organisatoren van deze herdenking en voorzitter van Slava i Volya, een organisatie die zich richt op alles wat met Oekraïne te maken heeft. Ze is blij met hoeveel mensen naar de herdenking zijn gekomen: ‘Het is natuurlijk erg triest om samen te komen, maar aan de andere kant heel fijn. Mensen zoeken troost bij elkaar, en mensen verbinden samen, ook met Nederlanders. Dat is ook erg mooi.’
Wertheim gaf zelf ook een toespraak, waarin zij de saamhorigheid en verbinding benadrukte. Hoe belangrijk liefde en vrede zijn in deze wereld. Daarna was het de beurt aan Arjan Spaans (wethouder gemeente Zwolle), Anatolii Solovei (ambassadeur van Oekraïne in Nederland), Luuk Leussink (directeur programmadirectie Oekraïense ontheemden), Erwin Hoogland (gedeputeerde provincie Overijssel) en tot slot stadsdichter Gertrüd Reinink. De herdenking voor het stadhuis eindigde met een minuut stilte en het ‘Sjtsje ne vmerla Oekrajiny’, het volkslied van Oekraïne.



