Op 15 augustus wordt in Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië herdacht. De oorlog en de Japanse bezetting lieten diepe sporen na in families in voormalig Nederlands-Indië en Nederlands-Nieuw-Guinea. Voor Fred Nort uit Kampen is die dag ieder jaar bijzonder. Hij maakte de oorlog zelf niet bewust mee, maar de gevolgen ervan lopen als een rode draad door zijn leven.
Hij werd in 1948 geboren in Makassar (Zuid-Celebes), werd als baby geadopteerd en groeide op in het vroegere Nederlands-Nieuw-Guinea. Zijn biologische ouders heeft hij nooit gevonden. “Wees lief en zorgzaam voor elkaar en niet haatdragend”, is zijn boodschap aan de jongere generatie.
KNIL-militair
Fred was pas 40 dagen oud toen hij werd geadopteerd door een KNIL-militair. Zijn pleegvader koos ervoor om na zijn diensttijd niet naar Nederland te gaan, maar in Nieuw-Guinea te blijven. Daar bracht Fred een groot deel van zijn jeugd door.
Aan die tijd bewaart hij goede herinneringen. “Mijn ouders hadden een plantage en bedienden. We woonden in Sentani, vlak bij een groot meer. Ik speelde buiten met Papoeakinderen.” Hij vertelt lachend over zijn kwajongensstreken. “Je had daar een djamboeboom met van die grote takken, waarvan een deel bij de buurman uitkwam. Ik sprong van de ene tak naar de andere, greep mis en werd daarna door de hond gebeten.”
Niet gepraat
Toen Indonesië vanaf 1961 de druk op Nederland opvoerde om Westelijk Nieuw-Guinea over te dragen, verhuisde het gezin naar Australië. In 1964 kwam Fred alsnog naar Nederland. Zijn oma lag op sterven en het gezin besloot daarom terug te gaan.
“Mijn hart zei dat ik eigenlijk in Australië had willen blijven”, vertelt Fred. “Maar mijn pleegouders vonden me nog te jong om op eigen benen te staan.”
Over zijn eigen afkomst en de oorlog werd thuis nauwelijks gesproken. “Er werd niet over gepraat. Ik had zelf wel vragen toen ik op de HTS zat. Ik wilde weten waarom ik geadopteerd was.”
Fred ging op zoek naar antwoorden. Hij schreef onder meer ambassades en het televisieprogramma Spoorloos aan, vloog zelfs terug naar zijn geboorteplaats, maar zonder resultaat. Zijn biologische ouders heeft hij nooit gevonden.
Hij studeerde scheepsbouwkunde en werkte uiteindelijk bij KLM. Zijn leven nam ondertussen verschillende wendingen. Na een nare scheiding in 2005 verloor hij na een tijdje opeens het contact met zijn kinderen. “Ik heb nog geprobeerd contact te zoeken, maar kreeg een koele reactie terug.” Ook dan blijft hij met een onbeantwoorde vraag zitten. “Ik weet niet waarom en wat ik fout heb gedaan.”
Hij weet wel dat hij inmiddels vier of vijf kleinkinderen heeft, maar heeft hen nooit ontmoet. Met de kinderen en kleinkinderen van zijn huidige vrouw heeft hij wel een sterke band opgebouwd.
Verdwaalde Japanners en gewond
Wanneer Fred zijn tweede vrouw leert kennen komt hij weer in aanraking met de geschiedenis van Nederlands-Indië. Zijn schoonvader was tijdens de militaire operaties van Nederland in Indonesië in 1947 en 1948 uitgezonden naar Nieuw-Guinea. Ook hij praatte volgens Fred nauwelijks over wat hij had meegemaakt. “Maar hij had wel een dagboek wat mijn vrouw na zijn dood heeft bewaard. Daar las ik hoe hij ernstige verwondingen opliep en daar midden tussen de vijanden zat, met verdwaalde Japanners en Indonesiërs die de kant van Soekarno hadden gekozen.
Vlak voor zijn dood begon mijn schoonvader wel te praten. Hij zei ‘mocht het zijn dat ik je nu een klap op je gezicht geeft dat is dan mijn afscheid aan jou en een herinnering aan de helpers in Indië. Dat deed ik ook als ze niet wilden luisteren. Dat is mijn liefde voor jou.’ En toen gaf hij mij zacht een kneepje in mijn wang.”
Zijn schoonvader vertelde Fred ook dat hij zijn biologische ouders waarschijnlijk nooit zou vinden. “Hij zei: ‘Freddy, wees gerust, je zult je biologische ouders nooit vinden, maar je hebt ze in jouw hart. Daar heb je vrede mee.’ Tegen mijn vrouw zei hij: ‘Als ik er niet meer ben, zorg goed voor jouw lieve man en mijn lieve zoon Freddy.’”
Fred de vredesstichter en gado-gado
Fred zijn Indische achtergrond komt nog dagelijks tot uiting. “Ik kook graag en je kunt me wakker maken voor gado-gado met mihoen!” Ook op het toilet heeft hij een gewoonte uit Indonesië behouden: een fles water voor de hygiëne.
De laatste jaren dealt hij met verschillende gezondheidsproblemen. Vanwege zijn dichte aderen heeft hij twee keer een openhartoperatie moeten ondergaan. Hij kreeg twee keer te maken met een licht herseninfarct en in mei kwam daar een schouderprothese bij. Maar ondanks alles blijft Fred positief en laat hij zich niet tegenhouden. Tijdens een revalidatie in De Vogellanden in Zwolle ontmoette hij twee Indische vrouwen met wie hij contact hield. “Laatst zijn we naar een Indonesische dierentuin in Steenwijk geweest.”
De laatste jaren denkt Fred veel terug aan zijn jeugd. “In Kampen heb je ook een Indisch monument. Dan ga ik op het bankje zitten en denk aan iedereen die ik daar gekend heb.”
Zijn boodschap aan de jongere generatie is duidelijk. “Er is al genoeg ellende in de wereld. Wees daarom lief en zorgzaam voor elkaar en niet haatdragend.”
Op zijn werk kreeg Fred niet voor niets de bijnaam ‘Fred de vredesstichter’. “Ik word bijna nooit boos.”
Natuurlijk zal hij op 15 augustus ook stilstaan bij het verleden. “Vlak voordat mijn schoonvader overleed moest ik hem voor eeuwig beloven de vlag op te hangen als het 15 augustus is. Tot op heden doen mijn vrouw en ik dat nog steeds.”



