Kamper campagne ‘Achter de Stilte’ wil taboes rond mentale gezondheid doorbreken
Praten over mentale gezondheid en gedachten aan zelfdoding. Vooral onder jongeren is dat volgens gemeenteraadslid van PRO Kampen Anne Christina Faber (28) niet makkelijk. De campagne ‘Achter de stilte’ die woensdag 2 september van start is gegaan, moet daar verandering in brengen. “En eigenlijk ook het taboe doorbreken”, vertelt Faber die zich als non-binair identificeert en de voornaamwoorden hen/hun, die en diens gebruikt.
“Zestig procent van de mensen die met suïcidale gedachten rondlopen, heeft hier van tevoren nooit met iemand over gesproken. Dat is echt een misselijkmakend hoog cijfer”, betreurt de ervaringsdeskundige.
Een ingewikkelde wereld
Een op de vijf jongeren kampt met een laag zelfbeeld of depressieve klachten, die uiteindelijk kunnen leiden tot suïcidale gedachten. “De GGZ meldde al dat het voor jongeren steeds moeilijker wordt om hun mentale gezondheid te onderhouden en dat ze sneller tegen zaken aanlopen”, vertelt Faber.
“Ik zie vooral bij jongeren onder de 23, een bepaalde kwetsbaarheid. Onze wereld is de afgelopen jaren ook een stuk ingewikkelder geworden. Op jonge leeftijd wordt er al veel van je verwacht. Zoals een keuze maken wat voor school je gaat doen. En die opleiding, die bepaalt een heel groot gedeelte van je toekomst. Ook hebben we natuurlijk de coronapandemie gehad. Een hele generatie jongeren zat op een cruciaal moment in hun ontwikkeling thuis en raakte geïsoleerd. En dan hebben we nog het internet en sociale media. Alles is maar één klik op je telefoon verwijderd. Als je heel jong bent, kan ik me goed voorstellen dat het veel energie kost om jezelf daartegen te wapenen.” Faber vindt het daarom niet vreemd dat steeds meer jongeren worstelen met hun mentale gezondheid.
‘De GGZ is behoorlijk uitgekleed’
Maar krijgen jongeren wel de hulp die ze nodig hebben?
Faber twijfelt niet aan de intenties van mensen die jongeren willen helpen. “Ook in Kampen zijn initiatieven om jongeren weerbaarder te maken en meer met elkaar in verbinding te brengen, zoals JIJ KUNT.”
Tegelijkertijd ziet hen een groot probleem in de toegang tot de geestelijke gezondheidszorg.
“Ik loop al vanaf mijn twaalfde bij de psycholoog. Dit jaar is dat traject afgerond, maar voordat ik daar terechtkon, heb ik dertien maanden op een wachtlijst gestaan. Dat is voor iedereen zwaar, maar zeker als je jong bent. Een jaar duurt dan ontzettend lang.”
Volgens Faber hebben bezuinigingen en de manier waarop de jeugdzorg is georganiseerd de druk verder vergroot. Vooral jongeren tussen de 17 en 20 jaar kunnen volgens hen tussen wal en schip raken.
“Als je achttien wordt, heb je niet meer automatisch recht op jeugdhulp. Als je midden in een traject zit en vervolgens ergens buiten valt, moet je maar geluk hebben dat je daarna snel weer hulp krijgt.”
Lange wachttijden kunnen de problemen ondertussen verder laten oplopen.
“Als de wachtrijen zo lang zijn, stapelt de problematiek zich verder op. Soms weet je op een gegeven moment niet eens meer waarvoor je precies binnenkomt en wat er allemaal met je aan de hand is. Dat vind ik echt zorgwekkend.”
Enorm gepest en niks meer voelen
Faber spreekt vanuit eigen ervaring. “Ik ben zelf op de basisschool enorm gepest. Dat heeft echt wel littekens achtergelaten waardoor ik op jonge leeftijd al erg onzeker was en geen goed zelfbeeld had. Mensen hebben daar misbruik van gemaakt. Op de middelbare school kwam ik in hele vervelende situaties terecht en dat had een enorm effect op mijn mentale gezondheid. “
Faber werd depressief, kreeg angstklachten en werd uiteindelijk suïcidaal.
“Ik heb daar jarenlang mee rondgelopen. Hulp zoeken was moeilijk, omdat ik zelf niet begreep wat er aan de hand was. Ik had mezelf ervan overtuigd dat ík het probleem was.”
Ook binnen de jeugdzorg bleek het lastig om passende hulp te vinden.
“Ik was niet een zwaar genoeg geval om meteen opgenomen te worden, maar het was wel zo serieus dat school het niet meer kon dragen. En op het moment dat ik dacht dat ik mijn psycholoog kon vertrouwen, kreeg ik weer een nieuwe. Dat was een enorme rollercoaster.”
Uiteindelijk vond Faber een psycholoog die hen jarenlang begeleidde.
“Ik zou bijna gezegend willen zeggen dat ik uiteindelijk die hulp heb gekregen. Ik heb de afgelopen vier jaar een heel fijne psycholoog gehad die naast mij heeft gestaan. Dit zorgtraject heb ik deze zomer afgerond.”
Faber heeft de diagnose complex posttraumatische stressstoornis (CPTSS), met periodes van depressieve klachten. Suïcidale gedachten maken daar onderdeel van uit.
“Ik heb de afgelopen jaren heel veel handvatten gekregen om om te gaan met wat er in mijn hoofd gebeurt. Nu ben ik op het punt dat ik de zijwieltjes, zeg maar, loslaat”, zegt de ervaringsdeskundige lachend.
Functionerend depressief
Hoe voelt een depressie eigenlijk? Faber zoekt naar een beeld dat het gevoel goed beschrijft. “Als een heel zwaar en donker deken. Normaal zijn dekens fijn om je heen. Maar naarmate die deken zwaarder wordt en over je heen trekt, wordt het steeds moeilijker om hem van je af te slaan. Daardoor wordt het ook lastiger om dingen te doen.”
Sommige mensen komen volgens hen uiteindelijk nauwelijks meer van de bank en zitten maanden thuis.
“Ik noem mezelf functionerend depressief. Ik bleef doorwerken, maar dat kwam ook doordat ik zo’n enorme druk voelde om te blijven presteren en door te gaan.”
Het gevoel gaat uiteindelijk verder dan verdriet.
“Een deken kan soms vertrouwd voelen, als onderdeel van jou. Maar het verraadt je ook een beetje, omdat het je geluk ontneemt. Op een gegeven moment voel je echt niets meer. Je raakt afgestompt. Om jezelf te beschermen, schakel je uit.”
Walk Into The Light en Zelfmoordpreventie
Met de campagne Achter de stilte wil de gemeente Kampen bijdragen aan een samenleving waarin mensen over mentale gezondheid durven te praten en weten dat zij er niet alleen voor staan. In de maand september worden er daarom verschillende activiteiten georganiseerd.
De campagne werd woensdag geopend in het Groene Hart van Kampen met de tentoonstelling OPEN over depressiviteit.
Bezoekers zien foto’s en persoonlijke verhalen van jongeren die te maken hebben gehad met depressieve klachten. Met deze reizende buitententoonstelling wordt mentale gezondheid onder jongeren zichtbaar en bespreekbaar gemaakt.
Op dinsdag 8 september is de Gatekeepertraining suïcidepreventie. Deze training van 113 Zelfmoordpreventie is voor inwoners, vrijwilligers en professionals die signalen van suïcidale gedachten willen leren herkennen.
Met de gezamenlijke ochtendwandeling Walk Into The Light op donderdag 10 september wordt tijdens de Wereld Suïcide Preventie Week aandacht gevraagd voor suïcidaliteit en dat niemand er alleen voor staat. “Ik loop dan ook mee en we beginnen bij ’t Ukien”, vertelt Faber. Verder kun je je eigen levensverhaal en veerkracht verbeelden in de Workshop Levensboom op 14 september.
Hoe kun je suïcide gedachten eigenlijk signaleren? “Op een laagdrempelige manier het gesprek aangaan, laten zien dat je er voor iemand bent”, noemt Faber als voorbeelden. En dan is er nog de suïcide preventielijn 113 die je altijd kunt bellen voor de juiste hulpverlening.” Zelf heeft ze die lijn ook ooit een keer gebeld omdat ze in haar hoofd al bezig was hoe stappen te ondernemen voor zelfdoding. “Het is altijd een soort optie die zeg maar om me heen danst. Maar het komt mede door mijn omgeving en de manier waarop ik er open over kan praten dat het ook op afstand blijft. Omdat het gewoon in de openheid wordt gegooid. Dat is ook waar deze campagne over gaat. “
Durf kwetsbaar te zijn
Mentale klachten, depressie, suïcidale gedachten, het kan iedereen overkomen.
Juist daarom vindt Faber het belangrijk dat mensen eerder met elkaar praten over mentale gezondheid. Dat er toch nog een taboe omheen hangt komt volgens haar omdat je het nooit helemaal snapt als je het zelf niet hebt meegemaakt.
“Juist omdat het zich diep vanbinnen afspeelt en je het zelf niet helemaal begrijpt, kan het al snel voelen alsof er iets raars of verkeerds aan je is.” Faber snapt daarom dat jongeren denken dat ze er beter niet over kunnen praten. “Maar dat leidt tot een enorm isolement. Volgens mij is er voor ons als mensen niets zwaarder dan alleen zijn. Als je het gevoel hebt dat je met niemand kunt praten, is dat ontzettend eenzaam.”
Zelf heeft Faber er nooit veel moeite mee gehad om open te zijn over diens mentale problemen. Sterker nog: hen merkt dat die openheid anderen juist helpt om ook hun verhaal te vertellen.
“Als jij jezelf kwetsbaar durft op te stellen, kan dat helpen om een gesprek op gang te brengen. Je laat zien dat je veilig genoeg bent voor iemand om mee te praten.”
Dat betekent volgens Faber vooral: luisteren, doorvragen en goed blijven kijken.
“Je kunt zeggen: ‘Je zegt dat het goed gaat, maar ik zie dat je je snel terugtrekt. Je bent ook vaak ziek. Gaat het echt goed? Laat je het me weten als ik iets voor je kan doen?’”
Want achter een glimlach kan veel verdriet schuilgaan
“Zoek daarom die kwetsbaarheid meer met elkaar op. Want hoe kwetsbaarder jij je durft op te stellen, hoe laagdrempeliger je contact maakt en erover durft te praten.
Het gaat ook om elkaar meer zien. Hoe beter je iemand kent, hoe sneller je doorhebt als het niet goed gaat.”
Met de campagne Achter de stilte wil de gemeente Kampen bijdragen aan een samenleving waarin mensen over mentale gezondheid durven te praten en weten dat zij er niet alleen voor staan. Voor meer informatie kijk op www.kampen.nl/achter-de-stilte.



