Een anti-abortusactie in Zwolle heeft dit weekend tot kritiek geleid vanwege het gebruik van expliciet beeldmateriaal. Verschillende voorbijgangers noemen de beelden respectloos en heftig. Ook in de gemeenteraad werden vragen gesteld over de grenzen van demonstraties.
Tijdens de actie werden op straat beelden getoond die door voorbijgangers als bloederig en choquerend werden ervaren. “Dit is respectloos”, “Heftig”, “Vies”, zeggen voorbijgangers over de actie.
Ook VVD gemeenteraadslid Niels Tol spreekt zich kritisch uit over de actie. “Toen ik de beelden zag werd ik eigenlijk gewoon boos. Want hoe kan je dit soort bloederige, intimiderende beelden kun je gewoon hier delen in het openbaar, terwijl hier gewoon kinderen langslopen.”
Vrijheid van meningsuiting
Tol erkent dat demonstranten gebruik mogen maken van hun vrijheid van meningsuiting. “Het is vrijheid van meningsuiting om ook choquerende beelden te laten zien. Maar dit heeft gewoon de bedoeling om te intimideren”, zegt hij.
Volgens Tol heeft de burgemeester geoordeeld dat de openbare orde tijdens de demonstratie niet werd verstoord. Daardoor konden politie en handhaving niet ingrijpen. “Ik ben heel benieuwd hoe die afweging is gemaakt”, zegt Tol. De VVD stelt hierover samen met andere partijen vragen aan de burgemeester. “Waar ligt de grens? En is hier niet de grens eigenlijk al overtreden?”, zegt Tol.
Ook begrip voor actie
Niet iedereen is tegen het gebruik van de beelden. Een voorbijganger zegt begrip te hebben voor de actie, omdat volgens haar veel mensen niet weten wat een abortus kan betekenen. “Ik was achttien en ik ben toen zwanger geraakt.”, vertelt ze. Er is toen bij mij wel een abortus gedaan zonder dat ik dat wilde”, vertelt de de vrouw. Die ervaring raakt haar naar eigen zeggen nog steeds.
Organisatie: ‘Wij willen de werkelijkheid laten zien’
Hendrik Folmer van de DCBR, de organisatie achter de actie, verdedigt het gebruik van de expliciete beelden. Volgens hem wil de organisatie laten zien wat er volgens haar bij een abortus gebeurt.
Dat de beelden heftige reacties oproepen, begrijpt Folmer. “Als mensen zich ongemakkelijk voelen bij de beelden, dan deel ik dat. Dat voel ik ook, maar zouden we ons niet veel ongemakkelijker moeten voelen over het feit dat ongeboren kinderen deze beelden worden?”
Volgens Folmer zijn kinderen niet de doelgroep van de actie. Volgens hem staat DCBR nooit in de buurt van basisscholen of speelplekken en delen zij geen flyers uit aan kinderen. Op kritiek dat ook kinderen de beelden konden zien in het centrum, zegt hij: “Als we ons zorgen maken over kinderen die deze beelden zien, zouden we ons dan niet veel meer zorgen moeten maken dat er kinderen zijn die deze borden worden.”
Ook de kritiek dat de beelden intimiderend zouden werken verwerpt Folmer: “Wanneer wij als mensen beelden zien van menselijke wezens die uit elkaar worden gerukt, dan zouden we boos moeten zijn.”



