GGD IJsselland: ‘Impact van corona reikt verder dan het virus’

Foto van auteur

Foto: Pexels

Zes jaar na de coronapandemie zijn de gevolgen volgens GGD IJsselland nog altijd zichtbaar. Vooral jongeren en jongvolwassenen ervaren de mentale en maatschappelijke impact van de crisis.  Dit blijkt uit verschillende onderzoeken.

Uit de Corona Gezondheidsmonitor Jeugd uit 2021 uitgevoerd onder leerlingen in leerjaar 2 en 4 van het voortgezet onderwijs blijkt dat 71 procent van de jongeren in de regio IJsselland tijdens de pandemie ingrijpende ervaringen had, zoals quarantaine, een coronabesmetting of het overlijden van een naaste. Negentien procent ondervond daar in 2021 nog steeds negatieve gevolgen van en 6 procent had een verhoogd risico op ernstige psychosociale klachten, zoals posttraumatische stress.
Ook uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024 (vragenlijstonderzoek over gezondheid, welzijn en leefstijl onder 16-25-jarigen van GGD GHOR Nederland in samenwerking met het RIVM) blijkt dat een deel van de jongvolwassenen nog altijd gevolgen ervaart van de coronaperiode. Sommigen kampen met sociale onzekerheid of achterstanden in studie of werk, terwijl anderen juist aangeven meer rust, zelfreflectie en hechtere sociale contacten aan die periode te hebben overgehouden. Uit beide onderzoeken blijkt dat de impact van de coronacrisis verder reikt dan de directe gezondheidsgevolgen van het virus.

Tijdens de coronapandemie speelde GGD IJsselland een centrale rol bij de bestrijding van COVID-19. De organisatie voerde onder meer bron- en contactonderzoek uit, testte inwoners via de GGD-teststraten en adviseerde inwoners, zorginstellingen, scholen en gemeenten. “De missie van GGD IJsselland is om de gezondheid van inwoners te bewaken, te beschermen en te bevorderen, wat tijdens de pandemie concreet vorm kreeg in de bestrijding van het virus en de aandacht voor de gevolgen ervan voor gezondheid en welzijn”, omschrijft manager publieke gezondheid Anoushka Knoef van GGD IJsselland.

Samenwerking en verbeteringen
Volgens de GGD werd tijdens de crisis duidelijk hoe belangrijk infectieziektebestrijding, crisisvoorbereiding en samenwerking tussen organisaties zijn. “Het team infectieziektebestrijding groeide in korte tijd aanzienlijk, met veel nieuwe collega’s die vanuit verschillende achtergronden en organisaties gemotiveerd waren om bij te dragen aan de bestrijding van de pandemie. Het was bijzonder om te ervaren hoeveel mensen zich wilden inzetten voor de publieke gezondheid en voor de inwoners van onze regio,” meldt Joyce Henzen, verpleegkundige Maatschappij + Gezondheid, Team Infectieziektebestrijding. “Ook de samenwerking met zorgorganisaties, gemeenten, scholen, huisartsen, ziekenhuizen en GGD ‘en is op veel vlakken versterkt.  En binnen het eigen team hebben we ervaren hoe waardevol de inzet van nieuwe collega’s was.

Veel lessen die we in die periode hebben geleerd over samenwerking, crisisorganisatie, flexibiliteit, infectiepreventie en het behouden van de menselijke maat, nemen we nog steeds mee in ons dagelijkse werk.  De ervaringen uit de coronapandemie herinneren ons eraan hoe belangrijk het is om voorbereid te blijven op toekomstige infectieziekte-uitbraken en tegelijkertijd oog te houden voor de mensen achter iedere melding, vraag of uitbraak.”

Crisisplan geactualiseerd
Tijdens de coronacrisis bleek dat GGD ‘en onvoldoende waren voorbereid op een infectieziekte-uitbraak van deze omvang en duur. De bestaande crisisstructuur was wel geschikt voor uitbraken zoals de Mexicaanse griep en mazelen, maar de schaal van COVID-19 was ongekend. “Daardoor bleek de organisatie in de praktijk onvoldoende robuust.  Grootschalige processen zoals testen en vaccineren moesten ad hoc worden ingericht, terwijl de capaciteit al maximaal werd ingezet voor bron- en contactonderzoek (BCO). Dit maakte duidelijk dat structurele versterking nodig was,” legt manager publieke gezondheid Anoushka Knoef uit.

Sindsdien zijn volgens GGD IJsselland verschillende verbeteringen doorgevoerd. Binnen de infectieziektebestrijding wordt meer gewerkt met taakdifferentiatie, en dankzij extra gemeentelijke en landelijke middelen is de personele capaciteit vergroot. Hierdoor is er meer ruimte voor voorbereiding op toekomstige uitbraken en pandemieën.

Daarnaast is het crisisplan geactualiseerd. Dit maakt het mogelijk om sneller en flexibeler op te schalen, ook wanneer een uitbraak zich snel ontwikkelt tot een grootschalige epidemie of pandemie. Op landelijk niveau is bovendien de Landelijke Functie Opschaling Infectieziekten (LFI) opgericht. Deze organisatie treedt in werking op aanwijzing van de minister van VWS bij een infectieziekte-uitbraak met landelijke impact. In zo’n situatie stuurt de LFI de GGD ‘en centraal aan voor de betreffende uitbraak. Daarnaast ondersteunt de LFI bij het snel opschalen, onder andere op het gebied van personeel, locaties, logistiek, planning en grootschalig klantcontact.

Geleerde lessen over nazorg en langdurige gevolgen
De coronacrisis heeft volgens GGD IJsselland duidelijk gemaakt dat nazorg en langdurige gevolgen, zoals mentale en gezondheidsklachten en maatschappelijke impact een belangrijk onderdeel zijn van een grootschalige infectieziekte-uitbraak.

“Voor de GGD ’en ligt de primaire taak bij de bestrijding en het voorkomen van infectieziekten, zoals testen, bron- en contactonderzoek en vaccineren. In zo’n situatie is de GGD verantwoordelijk voor de uitvoering, terwijl het beleid rondom nazorg op landelijk niveau wordt bepaald.

Wel is duidelijk geworden dat bij landelijke besluitvorming niet alleen gekeken moet worden naar medische aspecten, maar ook naar maatschappelijke en sociale gevolgen. Nazorg en langdurige effecten krijgen daardoor meer aandacht in de beleidsafwegingen. In dat kader speelt naast het Outbreak Management Team (OMT) ook het Maatschappelijk Impact Team (MIT) een belangrijkere rol in de advisering bij toekomstige uitbraken. De aandacht voor nazorg sluit aan bij de ervaringen tijdens de pandemie, waarin duidelijk werd hoeveel impact de crisis en maatregelen hadden op het dagelijks leven van inwoners”. aldus Anoushka Knoef.