Het is stil, heel stil. In Zwolle wordt vier jaar na de start van de Russische invasie in Oekraïne herdacht. De avond begint met een stille tocht richting het stadhuis van Zwolle. Met brandende kaarsjes, Oekraïense én Nederlandse vlaggen, kartonnen bordjes met teksten erop en ruim driehonderd meelopers gaat de herdenking van start.
Onrust in het Midden-Oosten, wankelende politiek leiders bij belangrijke bondgenoten en extreem hoge defensie-uitgaven: de wereld staat in brand. In die storm aan nieuws zou je bijna vergeten dat er op ons eigen continent nog iedere dag een bloedige oorlog woedt. Sinds de grootschalige Russische invasie in 2022 zijn ruim 130.000 Oekraïners naar Nederland gevlucht. Het begon als een tijdelijke opvang, maar langzaam transformeert het zich tot een bijna permanent nieuw leven in Nederland. Voor de vluchtelingen in Zwolle is de oorlog niet alleen een geografisch conflict, maar een persoonlijke diefstal geworden: de diefstal van een aantal jaren uit hun leven.
De dubbele wereld
‘’Ik probeer een normaal leven te leiden, maar iedere ochtend als ik wakker word, zie ik het nieuws. Dan ben ik meteen weer daar,’’ vertelt Aljona Wertheim. Als de organisator van de tocht in Zwolle is zij het gezicht van de gemeenschap. Ze is de persoon die de emotie van de groep kanaliseert, maar ook zij draagt de zwaarte van de oorlog met zich mee. ‘’Deze winter was de zwaarste sinds de start van de oorlog.’’ Daarmee doelt Wertheim op de extreme temperaturen van de afgelopen winter, terwijl Rusland grote delen van de infrastructuur kapotgebombardeerd heeft. Daardoor zaten veel huizen zonder stroom en gas.
Terwijl Wertheim de toespraken bij het stadhuis coördineert, zie je de spagaat waarin veel Oekraïners zich bevinden. Aan de ene kant is er de dankbaarheid voor de veiligheid in Zwolle, gesymboliseerd door de aanwezigheid van wethouder Arjan Spaans. Aan de andere kant is er de rauwe werkelijkheid van een leven dat ‘op pauze’ staat. ‘’Mensen vinden steun bij elkaar tijdens zo’n tocht’’, ziet Wertheim. Sommigen huilen openlijk, anderen staren naar de lucht. Maar onder die stilte zit een enorme onrust.
Marit Sijbrandij, hoogleraar klinische psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, onderstreept het belang van dit soort momenten: “Die herdenking is met een bepaald doel. Dat mensen met elkaar zijn en zien dat mensen het belangrijk vinden. De steun die mensen ervaren van elkaar en van het bijwonen van zo’n herdenking is wel heel waardevol.”
Van het conservatorium naar de vleesfabriek
Nazar Palchenko is de verpersoonlijking van die onrust. Hij was zeventien jaar, toen hij in 2024 met zijn ouders naar Nederland kwam. In Oekraïne was zijn droom kristalhelder: hij wilde naar het conservatorium. Hij was een muzikant in de dop, klaar om de wereld te veroveren met zijn talent en zijn saxofoon. Nu, twee jaar later, is die droom verstomd door het eentonige lawaai van machines. Terwijl zijn Nederlandse leeftijdsgenoten onbezorgd genieten van hun studententijd, voor velen de mooiste jaren van hun leven, staat Nazar elke ochtend om zes uur in de Stegeman vleesfabriek in Wijhe.
De reden achter deze carrièreswitch is niet een gebrek aan motivatie, maar een gebrek aan perspectief. Sinds het collegejaar 2024/2025 vallen Oekraïense vluchtelingen niet meer onder het wettelijke collegegeldtarief van ongeveer € 2.600. Omdat zij niet uit een EU-land komen, moeten zij het instellingscollegegeld betalen. Dat bedrag kan oplopen tot wel 12.000 euro per jaar.
“Ik werk vijf dagen per week van zes uur ’s ochtends tot drie uur ’s middags. Studeren in Nederland is voor vluchtelingen niet weggelegd vanwege de hoge kosten.” Het contrast is schrijnend: terwijl de politiek spreekt over integratie, zorgen financiële barrières ervoor dat hoogopgeleid talent wegkwijnt aan de lopende band. Het is een bittere realiteit die ook Sijbrandij herkent: “Het zijn wel nare dingen, dat je hele leven stilstaat op zo’n cruciaal moment en dat er straks een hele generatie Oekraïners is waarvan de opleiding onderbroken is. Eigenlijk is hun hele leven overhoop gehaald en daar kunnen zij gewoon hun hele leven last van houden.”
De onzichtbare oorlog
Deze dagelijkse worsteling om het hoofd boven water te houden, wordt verergerd door een constante mentale druk. Sijbrandij ziet dit probleem bij veel vluchtelingen. Als deskundige op het gebied van oorlogstrauma legt zij uit dat de fysieke veiligheid in Nederland de psychische wond niet geneest. “Ongeveer 30 procent van de vluchtelingen kampt met PTSS, depressie of angststoornissen,” stelt Sijbrandij. “Maar de oorlog is nooit weg’’.
Met de opkomst van smartphones en sociale media is de oorlog voor iedereen dichtbij. Iedere dag lezen ze nieuws en zien ze beelden van de oorlog. Voor Nazar is zijn telefoon inderdaad een bron van constante stress. “Ik ken drie mensen die krijgsgevangen zijn in Rusland. Van vijftig anderen weet ik helemaal niets. Ik weet niet waar ze zijn en of ze nog leven. Ook zitten er vrienden van mij bij het leger in dienstplicht. Hoewel ik probeer contact te houden zijn zij vaak heel druk. Ook ben ik regelmatig bang dat zij sterven in de oorlog.’’
Volgens Sijbrandij maakt dit het ‘focussen op een nieuw leven’ bijna onmogelijk. ‘’Ik kan me goed voorstellen dat als je iedere dag geconfronteerd wordt met berichten en beelden van de oorlog, dat het lastig is om te focussen op je leven nu.”
De cirkel van stilte
Tijdens de herdenking in Zwolle wordt de avond afgesloten met het Oekraïense volkslied, ‘Sjtsje ne vmerla Oekrajiny’. De tekst klinkt strijdbaar, maar de gezichten van de driehonderd aanwezigen vertellen een ander verhaal. Het is een verhaal van vermoeidheid. De initiële adrenaline van de vlucht is uitgewerkt en wat overblijft is een taai uithoudingsvermogen.
Wethouder Arjan Spaans benadrukt in zijn toespraak de blijvende solidariteit van de stad Zwolle. Zijn aanwezigheid is een mooi gebaar, maar voor Nazar en vele anderen roept deze herdenking ook vragen op. Hoe lang blijft de oorlog nog duren? Terwijl de frontlinie in de Donbas nauwelijks verschuift, vechten jongeren als Nazar hun eigen oorlog in Nederland. Een oorlog tegen de moedeloosheid, tegen de bureaucratie en tegen het vergeten.
Als de laatste mensen de herdenking op het Grote Kerkplein verlaten, keert de stilte terug in de Zwolse straten. Voor de meeste voorbijgangers is de herdenking voorbij. Voor Nazar begint de korte nacht. Om zes uur morgenochtend roept de fabriek in Wijhe weer. De muziek moet wachten. De oorlog wacht niet.



