De Europese Commissie zet vraagtekens bij de manier waarop Nederland het spoor aan NS heeft gegund. Daardoor krijgt Arriva mogelijk alsnog ruimte voor extra treinen en nieuwe haltes tussen Groningen, Zwolle en Leeuwarden, zo meldt RTV Oost.
Concurrent Arriva wil al langer stoptreinen tussen Groningen, Zwolle en Leeuwarden, de zogenoemde ‘noordelijke lijnen’ faciliteren. De vervoerder denkt de dienstregeling uit te kunnen breiden met extra treinen en nieuwe haltes.
Zo wil Arriva in de spits extra sneltreinen tussen Groningen en Zwolle laten rijden, met haltes in Assen, Hoogeveen en Meppel. Ook Staphorst zou een stopplaats krijgen in de stoptreindienst.
“Wij zien kansen voor de reiziger, daar waar mogelijkheden nu onbenut blijven”, zei Arriva-topman Anne Hettinga eerder tegen RTV Oost.
Zorgvuldig bestuderen
Volgens Brussel krijgt NS nu dus een oneerlijk voordeel, waardoor vervoerders als Arriva te weinig kans krijgen om op belangrijke spoorlijnen te rijden. Nederland heeft twee maanden de tijd om te reageren.
Staatssecretaris Bertram van Infrastructuur en Waterstaat laat weten de aanmaningsbrief van de Europese Commissie eerst zorgvuldig te bestuderen. Daarna komt het kabinet met een officiële reactie. Mocht de Europese Commissie daarna nog steeds vinden dat Nederland de Europese regels overtreedt, dan kan de zaak uiteindelijk belanden bij het Europees Hof van Justitie.
Het Europese onderzoek verliep achter gesloten deuren, maar is inmiddels overgegaan in een formele procedure. De Commissie noemt de spoorlijnen Groningen–Zwolle en Apeldoorn–Enschede. Vooral de verbinding tussen Groningen en Zwolle is al jaren onderwerp van discussie.
Juridische strijd
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat besloot in 2023 dat de stoptreinen tussen Groningen, Leeuwarden en Zwolle onderdeel bleven van het zogenoemde “hoofdrailnetconcessie” van NS voor de periode 2025 tot en met 2033. Daarmee blijft NS verantwoordelijk voor de grootste en belangrijkste spoorverbindingen.
Arriva verzette zich daartegen. Het ministerie van Infrastructuur werd opgedragen om in gesprek te gaan met de vervoerder over de plannen. Maar Arriva kreeg niet haar zin: volgens het ministerie kon Arriva niet voldoende garanderen dat het de treindiensten kon uitvoeren.
Voor reizigers is het voorlopig afwachten of de Europese bemoeienis zal leiden tot meer concurrentie en een uitgebreider treinaanbod op de noordelijke spoorlijnen.



