Meer dan vijftien jaar deed Laurens Hooisma (Kampen, 1968) historisch onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog in Kampen. Met name het lot van de afgevoerde Kamper joden trok hij zich aan. Zijn diepgravende research naar de strijd tussen goed en kwaad in en rond zijn geboortestad en woonplaats, hield hem ook meer dan eens wakker. Hij publiceerde een flink aantal artikelen in het Historisch Tijdschrift van HV ‘Jan van Arkel’ en die zijn nu bijeengebracht en aangevuld. Op 14 april – lezingavond – wordt De oorlog in Kampen. Bezetting, vervolging, verzet en onderduik, 1940-1945 in De Stadskazerne gepresenteerd. Hooisma’s monnikenwerk is ‘eindelijk’ af.
Wijlen Jaap van Gelderen (1943-2024) was jarenlang Hooisma’s kompaan en vraagbaak in zijn zoektocht door de feiten en verhalen van Kampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Hooisma geen gestudeerd historicus is, in tegenstelling tot Van Gelderen, toonde de twee jaar geleden overleden kerkhistoricus zich meer dan eens zeer onder de indruk van wat Hooisma ‘allemaal uit de archieven omhoog wist te toveren’ aan details over Kampen, de Jodenvervolging, het verzet, het handelen van bestuurders en politie, het verzet en de bezetter.
Distantie
Het verschil – wellicht – tussen een doorgewinterd historicus en een amateuronderzoeker als Hooisma, die domweg een noodzaak ziet, is professionele distantie. Hooisma deed onderzoek en trok het zich flink aan – wellicht niet persoonlijk, maar wel degelijk mentaal – wat hij ontdekte. Met name het lot van de Kamper joden ligt hem zeer aan het hart. Dat hart deelde Hooisma met Jaap van Gelderen en deelt hij nog altijd met de anderen die met hem actief zijn in de werkgroep Struikelstenen van HV ‘Jan van Arkel’, zoals Joop en Hans van Dijk en Pieter Treep. Zo nu en dan moest Hooisma dus zijn onderzoek even wegleggen, omdat de feiten hem wel eens aanvlogen. ‘Nog los van de spanning van het publiceren zelf’, lacht Hooisma nu. ‘Want ook dat is wel een dingetje.’
Dat zijn onderzoek naar de oorlog in Kampen nu is gebundeld en met medewerking van de Historische Vereniging voor de IJsseldelta ‘Jan van Arkel’ het licht ziet, schept hem ook grote voldoening. ‘Nu alles tussen twee kaften zit, zie ik ook weer hoeveel werk het was. Maar er staat wel iets’, aldus Hooisma.
Naast zijn werk bij de provincie Overijssel bracht hij dagenlang door in allerlei archieven om de details te vinden van die talloze oorlogsverhalen die aan Kampen verbonden zijn. Want het moet wel kloppen wat er staat. Hij zocht nabestaanden op die hij interviewde. Regelmatig was hij nog maar net op tijd; tientallen getuigen, vaak nog kind in de oorlog met hun uitwisbare herinneringen op het netvlies vanuit de onderduik of van het verzetswerk waar ouders bij betrokken waren. De meeste geïnterviewden zijn inmiddels overleden, en krijgen met Hooisma’s boek alsnog postuum een plek in de Kamper geschiedschrijving.
Negentien hoofdstukken
Het boek De oorlog in Kampen. Bezetting, vervolging, verzet en onderduik 1940-1945 telt negentien hoofdstukken in bijna 300 pagina’s. Hooisma was op zich niet van plan zo’n tijdsdocument te publiceren, hij navigeerde slechts van onderwerp naar onderwerp. Maar wie nu, na vijftien jaar ploegen, deze allemaal bijeenbrengt, kan wel constateren dat Hooisma het dichtste bij komt bij dat standaardwerk. Hij geldt inmiddels zelf als de autoriteit op het gebied van WO2 in Kampen. Iedereen die er iets mee wil, houdt vaak vragen en kwesties tegen hem aan, zeker nu die andere vraagbaak Jaap van Gelderen is overleden. Hooisma: ‘Ik wilde het vooral zelf allemaal weten. En vastleggen natuurlijk, voordat het anders verdwijnt. En dan weten ze je wel te vinden.’ Kortom: als hij dan toch buikpijn moet hebben van die oorlog, laat het dan met een goede reden zijn: erover schrijven: ‘Dan leren we misschien nog iets van de ellende van toen.’
Lijsten
Naast de vele feiten uit allerlei dossiers die hij in dit boek vooral voor zichzelf wil laten spreken, is hij blij dat de twee persoonslijsten die achterin het boek als bijlage zijn toegevoegd, gepubliceerd worden. Het betreft een geactualiseerde lijst met slachtoffers uit Kampen als gevolg van handelen van de bezetter, en een lijst met in Kampen ondergebrachte Joodse onderduikers. Dat velen uit die laatste groep alsnog dankzij onderduik in Kampen aan de holocaust hebben weten te ontsnappen, stelde Hooisma op een bijzondere manier een beetje gerust: ‘Weet je, er is ook veel goed gedaan in onze stad.’
In De oorlog in Kampen. Bezetting, vervolging, verzet en onderduik 1940-1945 brengt Hooisma de feiten zoals hij ze aantrof in de archieven en in de herinneringen van de tientallen getuigen die hij erover sprak. Een mening van de auteur? ‘Daar zit niemand op te wachten’, aldus Laurens. ‘Laat de feiten voor zich spreken. In het voorwoord stelt hij zichzelf ook de vraag: wat zou ik gedaan hebben? Hooisma: ‘Mijn conclusie: die vraag is zinloos totdat je zelf voor de keuze staat. Het is niet aan ons om te oordelen, we moeten alleen de verhalen doorvertellen. En daar heb ik mijn bijdrage aan willen leveren.’





