‘Aan verklikkers heeft niemand wat’, is het schrijfdebuut van de in Zwolle geboren en getogen Henk Jan van Harten. Zijn eigen middelbareschooltijd op het Carolus Clusius College (CCC) inspireerde hem tot het verhaal waarin Hattemse meisjes, zijn crush op de Franse lerares en een opstand tegen het regime op school een rol spelen. De voormalig Cosmopolitan-columnist die meeschreef aan tv-comedy’s als Zeg eens Aa, presenteert donderdag 10 september zijn nieuwe boek bij Van der Velde in de Broeren.
Het coming-of-ageverhaal speelt zich af in 1981 en is fictief. De namen en personages zijn ontsproten aan de verbeelding van de auteur. “Maar het is wel geschreven vanuit het perspectief van mezelf, als 16-jarige verlegen puber”, vertelt Van Harten wiens verhaal via een schrijfwedstrijd werd geselecteerd voor publicatie bij Uitgeverij Hoofd/Octopus.
“Ik vond mijn eigen middelbare scholtijd eigenlijk helemaal niet zo leuk. En dat zullen wel meer mensen herkennen. Een systeem dat je niet echt optilt, maar dat ik eerder als regimeachtig en beklemmend beleefde. Ik wilde dat gevoel via mijn verhaal goed uitdrukken.”
De vormgeving van het youngadultboek valt meteen op. “Het ziet eruit als het door mij bekladde natuurkundeboek”, grijnst Van Harten. Dat boek vormt uiteindelijk de aanleiding voor De zaak -Van Harten versus Zunnebeld, alias ‘Zweetkaas’.
Op de kaft staat een getekend galgpoppetje, naast de namen van popsterren als Nina Hagen en The Police. Het lettertype doet denken aan dat van een oude typemachine. En het boek opent met een paar regels van Going Underground van The Jam. “Dat nummer speelt ook een belangrijke rol”, vertelt de muziekliefhebber.

Herman Brood en stoer punkmeisje
Het verhaal neemt de lezer mee naar het Zwolle van de jaren tachtig. Naar de Koningsrellen, de krakers en stakers op het Malieveld. Maar ook naar de illegale schoolkrant en het stoere punkmeisje Lieke, dat de rebel in Van Harten wakker maakt.
Het is de tijd waarin hij Herman Brood ziet optreden in de IJsselhallen en na school tegen de muur van de soos hangt, met So Lonely van The Police op de achtergrond.
“Ik woonde in die periode in de Koningin Wilhelminastraat, tegenover de tennisbaan. Maar Zwolle is veel leuker geworden dan toen. Veel levendiger”, vindt Van Harten. “Windesheim was er nog niet en er waren nog niet zoveel studenten.”
Na zijn middelbare school vertrok hij naar Nijmegen om te studeren. “En in Amsterdam werd ik wakker en ging ik acteren en schrijven.”
Show, don’t tell
Als scriptschrijver omschrijft Van Harten zijn schrijfstijl als visueel en actiegericht.
“Show, don’t tell. Ik geloof niet zo in uitweidingen, dat je vertelt hoe het klaslokaal eruitziet. Alleen als het functioneel is. En ik vind het ook fijn als mensen erom kunnen lachen of gniffelen. Dat ze worden meegezogen in het verhaal en meeleven met de personages.
Ik heb de schrijfwedstrijd met dit verhaal ook gewonnen omdat de jury het meteen pakkend vond.”
Via fictie kon Van Harten dingen doen die hij als schuchtere 16-jarige zelf niet durfde. In het boek komt hij in opstand tegen zijn leraren.
De aanleiding is het bekladde natuurkundeboek, waarvan de rector vindt dat het vergoed moet worden. Als straf wordt Van Hartens schooltas ingenomen. Die maatregel vormt het begin van zijn verzet. Hij kruipt uit zijn schulp, geeft zijn ‘Schrijf je eigen geschiedenis’ presentatie en krijgt steeds meer leerlingen aan zijn kant. Uiteindelijk escaleert de situatie.
Kiezeltje in je schoen
Een van de eerste mensen die het boek las, was een docent Nederlands van het CCC. Dat vond Van Harten best spannend.
“Maar ik vind ook dat als je een boek schrijft, je een kiezeltje in je schoen moet hebben. Anders is het alleen maar leuk en aardig en geen goed boek. Je mag ook wel dingen aan de kaak stellen en uitvergroten.”
Toch hield hij tijdens het schrijven rekening met de herkenbaarheid. “Ik heb wel één naam aangepast, omdat de docente gelijk wist over welke man ik schreef. Toen dacht ik: dat wil ik niet en dat is ook niet de bedoeling.
De docente vond het verhaal pakkend en las het in één keer uit. Ook de soos, waar leerlingen na de lessen samenkwamen, herkende ze meteen. In 1985 was zij zelf brugpieper op het CCC.”
Hattemse meisjes en repressie
Van Harten heeft inmiddels meerdere reacties gekregen van oud-leerlingen.
Zoals ‘Mooi coming-of-age verhaal van een schuchtere Van Harten die wakker wordt en aangezet door andere mensen. Het is een feest der herkenning, ook buiten school: bij jou thuis, je platenspeler, Hattemse meisjes.’
Of ‘Je wordt meegezogen in het hoofd van een puber die een eenzame strijd levert in een kantelende tijdgeest: de verzuilde christelijke traditie tegen de ‘verdorven jeugd’. Het loopt volledig uit de hand.’
“Maar het focussen op het verhaal en het schrijven zijn natuurlijk het belangrijkste”, onderstreept Van Harten. “En daarna moet je het loslaten. Het is aan de lezer om te zeggen wat hij ervan vindt.”
Heeft de schrijver niet stiekem een bepaalde boodschap die hij wil meegeven met het verhaal? “Nou, wel eigenlijk. Dat je bij repressie altijd de keuze kan maken om er tegenin te gaan. Je hoeft niet altijd mee te gaan als je het ergens niet mee eens bent. Zeker in deze tijd niet.”
Donderdag verwacht Van Harten tijdens zijn boekpresentatie oud-leerlingen te zien. Of er verder nog docenten van het CCC aanwezig zijn, weet Van Harten niet. “Geen idee, maar dat zou wel grappig zijn.”
De presentatie ‘Aan verklikkers heeft niemand wat’ vindt plaats op donderdag 10 september bij Boekhandel van der Velde, Achter de Broeren, Zwolle om 19.30 uur. De zaal is open om 19:00 uur.



